ECLI:NL:RBDHA:2024:12692
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na ongegrondverklaring beroep verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 4 juni 2024 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen is beroep ingesteld en tegelijkertijd is een voorlopige voorziening gevraagd.
Op 8 augustus 2024 is het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet aanwezig waren. De rechtbank heeft op 13 augustus 2024 uitspraak gedaan in het beroep (zaaknummer NL24.24040) en het beroep ongegrond verklaard, waardoor het bestreden besluit in stand bleef.
Omdat het beroep ongegrond is verklaard, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard en het bestreden besluit in stand blijft.