ECLI:NL:RBDHA:2024:12756
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak Dublinverordening verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen wegens verantwoordelijkheid van Duitsland op grond van de Dublinverordening.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tevens is een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld zonder zitting op basis van artikel 8:83, derde lid, Awb.
Op de dag van deze uitspraak is in een gerelateerde zaak het beroep op het besluit inhoudelijk behandeld en beslist, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.L. Boxum en griffier K.E. Mulder en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.