Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Somalische nationaliteit, diende op 11 november 2021 een asielaanvraag in die in mei 2022 werd afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van zijn huwelijk en de daaruit voortvloeiende problemen. Dit besluit werd in hoger beroep bevestigd en staat in rechte vast.
Op 5 december 2022 diende eiser een opvolgende asielaanvraag in. Verweerder verklaarde deze niet-ontvankelijk omdat er geen nieuwe relevante elementen waren aangevoerd, conform artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat hij nieuwe documenten en verklaringen had overgelegd, waaronder een incident in Somalië waarbij zijn schoonfamilie betrokken was.
De rechtbank oordeelde dat deze nieuwe elementen niet relevant waren omdat het oorspronkelijke asielrelaas over het huwelijk en de problemen daarmee niet aannemelijk was gemaakt. De nieuwe verklaringen borduren hier slechts op voort en veranderen niets aan de eerdere beoordeling. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en krijgt eiser geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag is ongegrond verklaard.