ECLI:NL:RBDHA:2024:12798
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in bestuursrechtelijke zaak vreemdelingenrecht
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Justitie en Veiligheid van 14 december 2023, waarbij zijn aanvraag werd afgewezen. Eiser verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De rechtbank heeft het beroep samen met een andere zaak op 19 juli 2024 behandeld. Eiser was aanwezig met zijn gemachtigde en een tolk, terwijl de minister zich liet vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Op de datum van de uitspraak, 14 augustus 2024, heeft de rechtbank uitspraak gedaan over het beroep in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.11118). Hierdoor acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
De uitspraak is gedaan door rechter C.H. de Groot en griffier L.J. van der Veen, en is in het openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.