ECLI:NL:RBDHA:2024:12890

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 juli 2024
Publicatiedatum
14 augustus 2024
Zaaknummer
C/09/668290 / JE RK 24-1143
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige met ernstige gedragsproblemen

De kinderrechter van de Rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van een gecertificeerde instelling om een machtiging te verlenen voor gesloten jeugdhulp aan een minderjarige met ernstige gedragsproblemen. De minderjarige verblijft reeds in een gesloten accommodatie en er zijn grote zorgen over haar gedrag, waaronder weglopen, drugsgebruik en niet naar school gaan.

De gecertificeerde instelling verzocht om een machtiging voor zes maanden, maar de kinderrechter achtte een termijn van drie maanden passend om de gedragsverandering van de minderjarige te kunnen beoordelen. De moeder van de minderjarige stemde in met de gesloten plaatsing, ondanks haar bezorgdheid.

De kinderrechter oordeelde dat de gesloten jeugdhulp noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat de minderjarige zich onttrekt aan de hulp en dat er geen minder ingrijpende alternatieven zijn. De machtiging wordt verleend van 18 juli 2024 tot 18 oktober 2024, waarna de zaak wordt heroverwogen. De gecertificeerde instelling wordt verzocht de rechtbank en belanghebbenden tijdig te informeren over de voortgang en een nieuwe instemmingsverklaring te overleggen indien het verzoek wordt gehandhaafd.

Uitkomst: Machtiging gesloten jeugdhulp verleend voor drie maanden met aanhouding van het resterende verzoek.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/668290 / JE RK 24-1143
Datum uitspraak: 17 juli 2024
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedag] 2008 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] ,
advocaat: mr. A. Ramsoedh te Delft.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende: in [woonplaats] ,
advocaat mr. G.D. Haytink te Den Haag.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
Bij beschikking van 4 juli 2024 heeft de kinderrechter in deze rechtbank een machtiging verleend om [de minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp van 4 juli 2024 tot 18 juli 2024 en het verzoek – door afwezigheid van een geziene instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper – tot deze mondelinge behandeling ter zitting.
1.2.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- de beschikking van 4 juli 2024 en de daarin genoemde stukken;
- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 9 juli 2024, ontvangen op 10 juli 2024.
1.3.
Op 17 juli 2024 heeft de kinderrechter de mondelinge behandeling van de zaak met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- [de minderjarige] met haar advocaat;
- de advocaat van de moeder;
- [naam] namens de gecertificeerde instelling.
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
1.4.
Voorafgaand aan de zitting heeft de kinderrechter, in het bijzijn van haar advocaat, een gesprek gevoerd met [de minderjarige] .

2.De feiten

2.1.
[de minderjarige] verblijft feitelijk in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp, te weten bij Schakenbosch.
2.2.
Voor de overige feiten verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 4 juli 2024.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt een machtiging om [de minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van zes maanden.
3.2.
Voor de motivatie van het verzoek wordt verwezen naar de beschikking van 4 juli 2024. Ter zitting van 17 juli 2024 heeft de gecertificeerde instelling het volgende nog toegelicht en aangevuld. Op dit moment heeft de gecertificeerde instelling nog geen aanvullende informatie vanuit Schakenbosch en het startgesprek zal de dag na de zitting plaatsvinden. Volgens de gecertificeerde instelling is het een patroon bij [de minderjarige] dat zij steeds te kennen geeft dat zij is veranderd en haar gedrag gaat aanpassen, maar dat zij dit feitelijk niet doet. Het is daarom nodig dat zij nog langer in een gesloten setting verblijft. Wel is de gecertificeerde instelling al aan het nadenken over een vervolgplek voor [de minderjarige] ná de geslotenheid. De gecertificeerde instelling wil daarbij onderzoeken of het mogelijk is dat [de minderjarige] weer teruggaat naar een open groep op Ipse de Bruggen, nu dit voor [de minderjarige] eigenlijk de perfecte plek is gezien haar LVB-problematiek. Eventueel zou de machtiging ook voor drie maanden kunnen worden afgegeven en voor het overige aangehouden, zodat over drie maanden opnieuw kan worden bekeken hoe het gaat en of al toegewerkt kan worden naar een open setting.

4.De standpunten

4.1.
Door en namens [de minderjarige] is ter zitting het volgende naar voren gebracht. Door de afgelopen tijd op Schakenbosch beseft [de minderjarige] zich dat zij echt iets aan haar gedrag moet veranderen en moet gaan luisteren. Zij zal zich vanaf nu aan de afspraken houden. Daarbij zijn volgens [de minderjarige] veel zaken in het dossier onjuist weergegeven. De advocaat van [de minderjarige] verzoekt dan ook om de machtiging voor drie maanden toe te wijzen en voor de overige drie maanden aan te houden. [de minderjarige] zelf heeft nog toegevoegd dat zij momenteel al veranderd is en dat een gesloten machtiging niet nodig is. Nu zij daadwerkelijk gesloten zit, heeft zij ingezien dat het geen bluf was van de gecertificeerde instelling om haar gesloten te plaatsen. [de minderjarige] ziet zelf in dat het geen goed idee is als zij weer bij haar moeder gaat wonen en wil het liefste naar een open groep.
4.2.
Namens de moeder heeft de advocaat van de moeder ingestemd met het verzochte. Hoewel de moeder het betreurt is er volgens haar momenteel geen andere optie dan een gesloten plaatsing. [de minderjarige] geeft steeds aan dat zij zich aan de regels gaat houden en zich beter gaat gedragen, maar iedere keer lukt het niet. Zij heeft nu tweemaal op een open groep verbleven, maar dit is beide keren niet goed gegaan. De moeder hoopt dat het de komende periode beter zal gaan met [de minderjarige] en zij in staat is om haar gedrag te verbeteren.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen (artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw)).
5.2.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Ondanks de inzet van verschillende hulpverlening bestaan er grote zorgen over de ontwikkeling, het gedrag en de veiligheid van [de minderjarige] . Zoals reeds benoemd in de beschikking van 4 juli 2024, zijn deze zorgen onder meer gelegen in het weglopen, het drugsgebruik, het niet naar school gaan en haar seksuele ontwikkeling. Daarbij is het weglopen extra zorgelijk, nu zij zichzelf dan in risicovolle en beschadigende situaties brengt. Het lukt [de minderjarige] niet om zich aan de regels te houden en zich begeleidbaar op te stellen, waardoor haar veiligheid op een open groep niet gewaarborgd kan worden. Volgens de kinderrechter blijft een gesloten machtiging dan ook noodzakelijk en geschikt en is er geen alternatief mogelijk.
Weliswaar is het daarbij positief om te horen [de minderjarige] beseft dat zij haar gedrag werkelijk moet veranderen, maar is naar het oordeel van de kinderrechter een termijn van twee weken – de tijd dat [de minderjarige] nu op Schakenbosch verblijft –gezien de ernst van de zorgen te kort om te kunnen stellen dat zij in haar gedrag een duurzame verandering heeft doorgemaakt. Daarbij neemt de kinderrechter in overweging dat [de minderjarige] – zoals ook is weergegeven in de instemmingsverklaring en ter zitting naar voren is gekomen – de zorgen lijkt te bagatelliseren. Volgens haar kloppen zijn de zorgen niet zo ernstig. Daarnaast is [de minderjarige] ook niet gemotiveerd voor therapie. Door het gebrek aan probleembesef heeft de kinderrechter dan ook onvoldoende vertrouwen dat het [de minderjarige] op dit moment al gaat lukken om buiten de gesloten kaders tot een daadwerkelijke verandering van haar gedrag te komen.
De kinderrechter zal de machtiging wel eerst verlenen voor de duur van drie maanden en het verzoek voor het overige aanhouden.
Op deze manier kan [de minderjarige] de komende maanden laten zien dat haar daadwerkelijk lukt om zich aan de regels te houden en te komen tot een positieve verandering van haar gedrag. Over drie maanden kan dan opnieuw bekeken worden of het voor [de minderjarige] mogelijk is om in een meer open setting te verblijven. Zo krijgt zij de kans te bewijzen dat het haar nu werkelijk ernst is haar gedrag blijvend te veranderen.
Gezien het voorgaande is het van belang dat de gecertificeerde instelling de komende maanden actief gaat onderzoeken wat een passende vervolgplek is voor [de minderjarige] .
5.3.
De kinderrechter verzoekt de gecertificeerde instelling om uiterlijk twee weken vóór de nader te bepalen zitting een schriftelijke update aan de rechtbank en de belanghebbenden toe te sturen over de laatste stand van zaken en daarin aan te geven of het verzoek wordt gehandhaafd. Indien het verzoek wordt gehandhaafd dient de gecertificeerde instelling voorafgaand aan de zitting een nieuwe instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper aan de rechtbank toe te sturen.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging om [de minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 18 juli 2024 tot 18 oktober 2024;
6.2.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot een nader te bepalen zitting, gelegen
vóór 18 oktober 2024, tegen welke zitting de gecertificeerde instelling, de moeder en haar advocaat en [de minderjarige] en haar advocaat dienen te worden opgeroepen.
6.3.
verzoekt de gecertificeerde instelling om twee weken voor die zitting de rechtbank en de belanghebbenden schriftelijk te informeren over de laatste stand van zaken en of het verzoek voor het overige wordt gehandhaafd;
6.4.
verzoekt de gecertificeerde instelling, indien het aangehouden deel van het verzoek wordt gehandhaafd, een nieuwe instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper als bedoeld in artikel 6.1.2, vijfde lid, van de Jeugdwet, die de jeugdige met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht, toe te zenden.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2024 door mr. J.C. van den Dries, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. S.L.G. van Otterlo als griffier, en op schrift gesteld op 6 augustus 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.