ECLI:NL:RBDHA:2024:12934
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring van beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
Eiser, een vreemdeling van Algerijnse nationaliteit, is op 27 februari 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 9 augustus 2024, waarbij eiser werd bijgestaan door een gemachtigde en tolk.
De rechtbank overwoog dat de maatregel van bewaring reeds eerder was getoetst en toen rechtmatig werd bevonden tot 28 juni 2024. De beoordeling richtte zich daarom op het voortduren van de maatregel na die datum. Eiser voerde aan dat er geen zicht is op uitzetting vanwege het uitblijven van een laissez-passer door de Algerijnse autoriteiten en stelde zorg te dragen voor een minderjarige zoon, maar kon dit niet staven met stukken.
De rechtbank vond geen aanleiding om aan te nemen dat het zicht op uitzetting ontbreekt, mede omdat de Algerijnse autoriteiten hadden ingestemd met het afgeven van een laissez-passer. Daarnaast handelde de minister voortvarend door meerdere malen te appelleren op de laissez-passer-aanvraag en vertrekgesprekken te voeren. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.