ECLI:NL:RBDHA:2024:12941
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen vrijheidsbeperkende maatregel vreemdelingen
Eisers, een Iraaks gezin met minderjarige kinderen, hebben beroep ingesteld tegen vrijheidsbeperkende maatregelen opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Deze maatregelen verplichten hen te verblijven op een gezinslocatie in Amersfoort vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf en het niet voldoen aan de vertrekplicht.
De rechtbank overweegt dat de situatie van eisers niet valt onder de limitatieve gronden van rechtmatig verblijf zoals genoemd in artikel 8 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Ondanks dat eisers hoger beroep hebben ingesteld en een voorlopige voorziening hebben gevraagd, is niet gebleken dat zij daardoor rechtmatig verblijf genieten. De rechtbank acht het daarom redelijk dat zij actief aan hun vertrek werken.
Eisers stelden dat de maatregel disproportioneel is vanwege hun gezinssituatie en dat uitvoering van het vertrek in strijd is met het EVRM. De rechtbank oordeelt dat het bieden van opvang aan een gezin met jonge kinderen niet disproportioneel is, ook niet onder de voorwaarde dat zij zich op de gezinslocatie in Amersfoort moeten ophouden.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel wordt ongegrond verklaard en eisers moeten actief aan hun vertrek werken.