Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
[opposant] , opposant
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft bij uitspraak van 3 juni 2024 het beroep van de opposant tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat de beslistermijn volgens de WBV 2023/3 nog niet was verstreken. De opposant stelde hiertegen verzet in, zonder verzoek om zitting.
De rechtbank beoordeelde het verzet op grond van artikel 8:55, vierde lid, Awb zonder zitting. In verzet kan slechts worden getoetst of het kennelijke oordeel van de rechtbank terecht was. De opposant voerde nieuwe argumenten aan over divergerende jurisprudentie en prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie EU over verlenging van de beslistermijn.
De rechtbank oordeelde dat deze argumenten reeds in de eerdere uitspraak waren betrokken en dat divergerende rechtspraak geen reden is om het kennelijke oordeel te verwerpen. De prejudiciële vragen waren nog onbeantwoord en zouden geen ander oordeel opleveren. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep is ongegrond verklaard.