Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Poolse nationaliteit dragende persoon, werd op 26 juli 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet. De maatregel werd op 2 augustus 2024 opgeheven. Eiser stelde beroep in tegen de bewaring en verzocht tevens om schadevergoeding wegens onrechtmatige tenuitvoerlegging van de bewaring.
De rechtbank stelde vast dat de bewaring van 26 juli tot 3 augustus 2024 onrechtmatig was. Verweerder bood reeds een schadevergoeding van €860 aan, bestaande uit verblijfskosten in politiecel en huis van bewaring, en was bereid proceskosten tot één punt (€875) te vergoeden. Eiser vorderde twee procespunten vanwege de schriftelijke procedure.
De rechtbank wees het beroep toe, kende de aangeboden schadevergoeding toe en veroordeelde verweerder in de proceskosten van €875. Er werd geen tweede procespunt toegekend omdat geen fysieke zitting had plaatsgevonden en het indienen van beroepsgronden geen procespunt oplevert volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak werd gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 13 augustus 2024 te Middelburg. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank kent schadevergoeding van €860 en proceskosten van €875 toe wegens onrechtmatige bewaring.