ECLI:NL:RBDHA:2024:12975
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Nigeriaanse vrouw wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte vrees voor gedwongen uithuwelijking en besnijdenis
Eiseres, een Nigeriaanse vrouw van de Yoruba-bevolkingsgroep, verzocht asiel in Nederland uit vrees voor gedwongen uithuwelijking en vrouwenbesnijdenis. Zij baseerde haar aanvraag op mishandeling en verkrachting in Nigeria, gevolgd door een gedwongen zwangerschap en dreiging met huwelijk en besnijdenis door haar vader en een man genaamd [A].
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de geloofwaardig geachte feiten niet leidden tot een reëel risico op vervolging of ernstige schade conform het Vluchtelingenverdrag en artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank bevestigde deze afwijzing na beoordeling van de beroepsgronden en onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij na haar zwangerschap nog door [A] werd bedreigd of dat zij daadwerkelijk risico liep op gedwongen huwelijk of besnijdenis. Ook het ambtsbericht Nigeria en EASO-richtlijnen toonden aan dat besnijdenis onder de Yoruba vooral op jonge leeftijd plaatsvindt, wat niet op eiseres van toepassing is.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiseres onvoldoende bewijs leverde dat zij geen bescherming van de Nigeriaanse autoriteiten kan verwachten. Haar patiëntendossier ondersteunde niet de stelling dat zij zich in Nigeria niet staande kan houden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van het risico op gedwongen uithuwelijking en besnijdenis.