ECLI:NL:RBDHA:2024:13021
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na ongegrondverklaring asielberoep
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie op 13 februari 2024 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. Verzoeker verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
Op 16 juli 2024 vond de zitting plaats waarbij verzoeker, zijn gemachtigde, een tolk en zijn vader aanwezig waren. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld in samenhang met de beroepen van verzoeker en zijn vader.
De rechtbank heeft het beroep van verzoeker ongegrond verklaard, waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening verviel. De voorzieningenrechter wees het verzoek daarom af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het onderliggende beroep ongegrond is verklaard.