ECLI:NL:RBDHA:2024:13059
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag tijdelijke bescherming Oekraïense vreemdeling wegens ontbreken duurzaam verblijf
Eiser, een Oekraïense nationaliteit dragende vreemdeling, diende in december 2023 een aanvraag in voor verblijf onder de Richtlijn tijdelijke bescherming. Hij was sinds 2020 in het buitenland vanwege studie en keerde in oktober 2023 kortdurend terug naar Oekraïne. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet als ontheemd in de zin van de Regeling en het Voorschrift Vreemdelingen kon worden beschouwd.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet voldoet aan de voorwaarde dat hij Oekraïne na 26 november 2021 duurzaam ontvlucht is. Zijn korte terugkeer in 2023 was niet duurzaam, mede gelet op zijn verblijf in andere landen voorafgaand aan die terugkeer en het ontbreken van intentie om zich blijvend in Oekraïne te vestigen.
Daarnaast stelde de rechtbank dat verweerder niet verplicht was eiser vooraf te horen in deze versnelde procedure en ook niet ambtshalve hoefde te onderzoeken of eiser voor een andere verblijfsstatus in aanmerking kwam. Het beroep werd ongegrond verklaard, en eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en verklaart eiser niet onder de tijdelijke beschermingsregeling te vallen.