ECLI:NL:RBDHA:2024:13062
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep asielaanvraag wegens premature ingebrekestelling
Verzoeker diende op 11 maart 2023 een asielaanvraag in. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou oorspronkelijk op 11 september 2023 eindigen, maar werd verlengd met negen maanden door de inwerkingtreding van het Besluit WBV 2023/3, waardoor de termijn verlengd werd tot 11 juni 2024.
Verzoeker stelde op 13 november 2023 beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op zijn aanvraag, maar trok dit beroep later in en verzocht om vergoeding van proceskosten. De rechtbank overwoog dat de ingebrekestelling van 18 september 2023 te vroeg was omdat de beslistermijn door de verlenging nog niet was verstreken.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet aan het beroep tegemoet was gekomen en dat het verzoek om proceskostenvergoeding daarom afgewezen moest worden. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 14 augustus 2024 door rechter A.C.J. van Dooijeweert.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens een premature ingebrekestelling en rechtsgeldige verlenging van de beslistermijn.