Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Tunesische nationaliteit, werd op 17 mei 2024 de maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De staatssecretaris hief de bewaring op 13 juni 2024 na een belangenafweging. De rechtbank behandelde het beroep op 17 juni 2024 en beperkte de beoordeling tot de vraag of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was geweest voorafgaand aan de opheffing.
De rechtbank oordeelde dat de zware gronden voor bewaring, waaronder het risico op ontduiking van toezicht en het niet meewerken aan vaststelling van identiteit, feitelijk juist en voldoende gemotiveerd waren. Het geschilpunt over het zicht op uitzetting en voortvarendheid van de staatssecretaris werd verworpen. De rechtbank stelde vast dat Nederland eigen contacten heeft met Tunesische autoriteiten en dat de staatssecretaris voldoende acties had ondernomen, waaronder het indienen en rappelleren van een laisser passer-aanvraag.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.