ECLI:NL:RBDHA:2024:13100
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting naar Algerije
De rechtbank Den Haag heeft op 9 augustus 2024 het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beoordeeld. Deze maatregel was opgelegd op 4 juni 2024 en werd eerder rechtmatig bevonden tot het sluiten van het onderzoek op 18 juni 2024. De rechtbank richtte zich op de rechtmatigheid van het voortduren van deze maatregel na die datum.
Eiser stelde dat bepaalde gedingstukken ontbraken, zoals het verslag van de presentatie aan de Algerijnse autoriteiten en de nationaliteitsbevestiging, en verzocht om toevoeging hiervan aan het dossier. De rechtbank oordeelde dat deze stukken niet noodzakelijk waren voor de beoordeling van het beroep, mede omdat eiser de juistheid van de stukken niet betwistte.
Verder voerde eiser aan dat er geen zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn. De rechtbank stelde echter vast dat de Algerijnse autoriteiten sinds september 2023 weer laissez-passers verstrekken en uitzettingen plaatsvinden. De nationaliteit van eiser was bevestigd, een vlucht was gepland op 21 augustus 2024 en de minister had op 30 juli 2024 gerappelleerd. Hierdoor was er voldoende zicht op uitzetting.
De rechtbank concludeerde dat het voortduren van de maatregel van bewaring rechtmatig is, verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.