ECLI:NL:RBDHA:2024:13102

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 april 2024
Publicatiedatum
16 augustus 2024
Zaaknummer
NL23.35001
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:84 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting in vreemdelingenzaak

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag op 19 april 2024 uitspraak gedaan over het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd.

Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft zich niet verzet tegen de toewijzing van het verzoek. De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek als kennelijk gegrond beoordeeld en de uitzetting van verzoeker opgeschort totdat op het bezwaar tegen het bestreden besluit is beslist.

Daarnaast is verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875,-, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 184,-. De zaak is buiten zitting behandeld met toestemming van beide partijen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de uitzetting van verzoeker wordt opgeschort totdat op het bezwaar is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.35001

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], V-nummer: [V-nummer], verzoeker

(gemachtigde: mr. H. Uzumcu),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. W.A. Kleingeld).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker hangende bezwaar tegen de afwijzing van de aanvraag van verzoeker voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd.
1.1.
Verweerder heeft de voorzieningenrechter bericht zich niet te verzetten tegen de toewijzing van het verzoek.
1.2.
Beide partijen hebben toestemming verleend om de zaak buiten zitting af te doen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij brief van 14 maart 2024 heeft verweerder aangegeven dat hij zich niet verzet tegen toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening. Nu tussen partijen niet in geschil is dat van uitzetting van verzoeker vooralsnog behoort te worden afgezien, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het verzoek om een voorlopige voorziening als kennelijke gegrond toe te wijzen en verweerder te verbieden verzoeker uit te zetten, totdat op het bezwaarschrift is beslist.
3. Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter aanleiding om verweerder met toepassing van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb in samenhang met artikel 8:75, eerste lid, van de Awb te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1). Verweerder moet ook het griffierecht vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
  • bepaalt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit worden opgeschort;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
  • draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 184,- aan eiser te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. Robio, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.