ECLI:NL:RBDHA:2024:1312
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op een aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De aanvraag betreft eiseres zelf en twee andere personen. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend, waarna de rechtbank zonder zitting uitspraak doet.
De rechtbank overweegt dat het niet tijdig beslissen op aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning een bijzonder geval vormt, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken kan worden opgelegd. Gelet op de omstandigheden en jurisprudentie wordt een termijn van twintig weken als passend beschouwd. Verweerder heeft de ontvangst van de aanvraag bevestigd, maar nog geen inhoudelijke beoordeling verricht.
De rechtbank legt een dwangsom op van €100 per dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €7.500. Tevens stelt zij vast dat verweerder reeds €1.442 aan bestuurlijke dwangsommen heeft verbeurd. Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiseres en bepaalt zij dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier R. de Mul en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken een besluit te nemen met oplegging van dwangsommen en veroordeling in proceskosten.