De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van twee kinderen in een pleegzorgvoorziening. De kinderrechter nam eerdere beschikking en recente rapportages in overweging en hield een mondelinge behandeling met betrokken partijen.
De ouders voerden verweer en pleitten voor terugkeer van de kinderen naar huis met intensieve hulpverlening, terwijl de gecertificeerde instelling de noodzaak van voortzetting van de uithuisplaatsing onderstreepte. De ouders zijn strafrechtelijk veroordeeld voor kindermishandeling en aan de veroordeling zijn bijzondere voorwaarden verbonden, waaronder behandeling en contactbeperkingen.
De kinderrechter oordeelde dat een terugplaatsing op dit moment niet in het belang is van de kinderen vanwege de ernstige zorgen over mishandeling en de noodzaak van structurele veranderingen bij de ouders. De contactregeling is beperkt tot één uur begeleid contact per week, met evaluatie gepland. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd tot 14 februari 2025 om de veiligheid en ontwikkeling van de kinderen te waarborgen.