ECLI:NL:RBDHA:2024:13154
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Moldavische Roma wegens onvoldoende risico op vervolging
Eiseres, van Moldavische nationaliteit en behorend tot de Roma-gemeenschap, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege bedreigingen en problemen voortvloeiend uit een niet-afbetaalde geldlening en een persoonlijke affaire van haar echtgenoot. Zij vreesde terugkeer vanwege mogelijke vervolging door betrokkenen uit het criminele circuit en familieconflicten.
De Minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat de verklaringen over de geldlening en de affaire ongeloofwaardig werden geacht en niet konden worden herleid tot een vervolgingsgrond zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag. Ook was niet aannemelijk dat eiseres bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank behandelde het beroep samen met dat van haar echtgenoot en verwees naar de overwegingen in die zaak, waarin de beroepsgronden omtrent discriminatie en etniciteit uitvoerig werden beoordeeld. De rechtbank concludeerde dat de afwijzing terecht was en verklaarde het beroep ongegrond.
Eiseres en haar gezin krijgen geen verblijfsvergunning en ook geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter B. Fijnheer en griffier S.C. Hak op 4 juli 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.