Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatsecretaris niet in behandeling is genomen omdat Spanje verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling volgens het Dublin-verdrag. Verzoeker stelde beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 25 juni 2024 samen met een gerelateerde zaak. Na uitspraak in de bodemzaak (zaaknummer NL24.24391) achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af.
Wel veroordeelde de voorzieningenrechter de staatsecretaris tot vergoeding van de door verzoeker gemaakte proceskosten, vastgesteld op € 875,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.H. Lange en griffier M.A.W.M. Engels op 2 juli 2024 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.