ECLI:NL:RBDHA:2024:13175
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belangenafweging en machtiging tot voorlopig verblijf voor pleegkinderen met Eritrese nationaliteit
Eiseressen, drie pleegkinderen met de Eritrese nationaliteit, hebben meerdere keren bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van hun aanvragen om machtigingen tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland. De minister van Asiel en Migratie heeft deze bezwaren telkens ongegrond verklaard, waarbij onder meer de identiteit, familierechtelijke relaties en het gezinsleven met hun pleegmoeder (referente) ter discussie stonden.
De rechtbank oordeelt dat er wel degelijk sprake is van een beschermenswaardig gezinsleven tussen eiseressen en referente, en dat verweerder onvoldoende zorgvuldige belangenafweging heeft gemaakt. Verweerder heeft ten onrechte het belang van eiseressen om bij referente te verblijven laten prevaleren door het algemene belang van Nederland, zonder alle relevante omstandigheden mee te wegen. Daarbij heeft verweerder onder meer onvoldoende rekening gehouden met de intensiteit van het gezinsleven tussen 2015 en 2017, de omstandigheden van verblijf in Ethiopië, en de gevolgen van de verkrachting van eiseres 1.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit van 2020. Gezien de langdurige en complexe procedure, die grotendeels aan verweerder te wijten is, besluit de rechtbank zelf in de zaak te voorzien en draagt verweerder op om de mvv’s aan eiseressen te verlenen. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van proceskosten en een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit en draagt de minister op om machtigingen tot voorlopig verblijf aan eiseressen te verlenen, met vergoeding van proceskosten en schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.