Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser 1] ,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eisers, gezinsleden die gezamenlijk asiel hebben aangevraagd op 22 september 2023, stelden de minister van Asiel en Migratie op 25 maart 2024 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op hun aanvragen. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou oorspronkelijk op 22 maart 2024 eindigen, maar was verlengd met negen maanden door de inwerkingtreding van het Besluit WBV 2023/3, waardoor de termijn pas op 22 december 2024 zou eindigen.
De rechtbank nam samenhang aan tussen de zaken van eisers en oordeelde dat de verlenging rechtsgeldig was, conform eerdere uitspraken en het toepasselijke artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet. Omdat de ingebrekestelling werd gedaan voordat de beslistermijn was verstreken, was deze prematuur en daarmee niet ontvankelijk volgens artikel 6:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank verklaarde het beroep van eisers niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert op 16 augustus 2024, zonder zitting, op grond van artikel 8:54 van Pro de Awb.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling terwijl de beslistermijn rechtsgeldig was verlengd.