ECLI:NL:RBDHA:2024:13176

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 augustus 2024
Publicatiedatum
19 augustus 2024
Zaaknummer
NL24.17544, NL24.17546, NL24.17539 en NL24.17532
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 42, vierde lid, aanhef en onder b, VwWBV 2023/3
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag

Eisers, gezinsleden die gezamenlijk asiel hebben aangevraagd op 22 september 2023, stelden de minister van Asiel en Migratie op 25 maart 2024 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op hun aanvragen. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou oorspronkelijk op 22 maart 2024 eindigen, maar was verlengd met negen maanden door de inwerkingtreding van het Besluit WBV 2023/3, waardoor de termijn pas op 22 december 2024 zou eindigen.

De rechtbank nam samenhang aan tussen de zaken van eisers en oordeelde dat de verlenging rechtsgeldig was, conform eerdere uitspraken en het toepasselijke artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet. Omdat de ingebrekestelling werd gedaan voordat de beslistermijn was verstreken, was deze prematuur en daarmee niet ontvankelijk volgens artikel 6:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

De rechtbank verklaarde het beroep van eisers niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert op 16 augustus 2024, zonder zitting, op grond van artikel 8:54 van Pro de Awb.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling terwijl de beslistermijn rechtsgeldig was verlengd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.17544, NL24.17546, NL24.17539 en NL24.17532

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser 1] ,

[V-nummer 1]
[eiseres 1],
[V-nummer 2]
[eiser 2],
[V-nummer 3]
[eiseres 2], eiseres,
[V-nummer 4]
hierna gezamenlijk te noemen eisers,
(gemachtigde: mr. P.J. Schüller)
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eisers hebben op 22 april 2024 afzonderlijk beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun asielaanvragen van 22 september 2023.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De rechtbank neemt samenhang aan tussen de zaken van eisers, omdat zij als gezinsleden gezamenlijk zijn ingereisd en gelijktijdig hun asielaanvragen hebben ingediend.
2. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
3. Eisers hebben op 22 september 2023 een asielaanvraag ingediend. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou in geval van eisers op 22 maart 2024 eindigen. Verweerder heeft met de inwerkingtreding van WBV 2023/3 [2] de beslistermijn verlengd met negen maanden, waardoor deze voor eiser pas op 22 december 2024 zal eindigen. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft in haar uitspraak van 19 april 2024 [3] geoordeeld dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat op het moment van de inwerkingtreding van de Wbv 2023/3 sprake was van een situatie, zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. De rechtbank ziet geen reden om in deze zaak van dit oordeel af te wijken. Deze verlenging is daarom rechtsgeldig.
4. Eisers hebben verweerder op 25 maart 2024 in gebreke gesteld. Op dat moment was de wettelijke beslistermijn nog niet verstreken. Dat maakt dat de ingebrekestelling prematuur is ingediend. Nu niet aan de vereisten van artikel 6:12 van Pro de Awb is voldaan, is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 16 augustus 2024 door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van A.A.M. Mangroe, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet Bestuursrecht.
2.Besluit van 26 januari 2023, nummer WBV 2023/3, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in Staatscourant 2023 nr. 3235; in werking getreden op 26 januari 2023.