Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 augustus 2024 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
bijgevaarlijke machines, is deze niet functie niet geschikt.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft zich op 7 juni 2021 ziekgemeld vanuit de Werkloosheidswet en kreeg per 6 september 2021 een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaarsherbeoordeling beëindigde verweerder de uitkering per 7 juli 2022, omdat eiser geschikt werd geacht voor functies met een verdiencapaciteitsverlies van minder dan 35%. Eiser maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens meldde eiser zich opnieuw ziek per 26 juli 2022, waarna verweerder de ZW-uitkering weigerde toe te kennen.
De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelden op basis van medisch onderzoek en functionele mogelijkhedenlijst (FML) vast dat eiser nieuwe klachten had, maar deze leidden niet tot toegenomen beperkingen. Drie functies werden als passend beoordeeld, met een verlies aan verdiencapaciteit van circa 30,67%. Eiser voerde bezwaren aan tegen de beperkingen in tillen en de geschiktheid van functies, waaronder schadecorrespondent en assemblagemedewerker, maar de rechtbank volgde de deskundigen.
De rechtbank oordeelde dat het verschil tussen tillen en dragen begrijpelijk is en dat er geen medische gronden zijn om beperkingen aan te passen. Ook concludeerde zij dat de functies passend zijn, ondanks eisers zorgen over emotionele belasting en fysieke belasting. De rechtbank vond geen aanleiding om de medische beoordeling te herzien en verklaarde het beroep ongegrond. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de Ziektewetuitkering wordt ongegrond verklaard.