ECLI:NL:RBDHA:2024:13199
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod wegens gebruik valse documenten
Eiseres, die de Georgische nationaliteit heeft, werd op 4 juni 2024 geconfronteerd met een terugkeerbesluit zonder vertrektermijn en een inreisverbod van twee jaar. Zij stelde dat het strafrechtelijk verwijt onduidelijk was en dat de staatssecretaris ten onrechte geen termijn voor vrijwillig vertrek had geboden. Daarnaast voerde zij aan dat het inreisverbod onevenredig was en dat zij bij haar partner in Polen wilde zijn.
De rechtbank oordeelde dat het strafrechtelijk verwijt voldoende duidelijk was en verwees naar een gerelateerde zaak voor nadere toelichting. De staatssecretaris had terecht geen vertrektermijn toegekend vanwege het risico dat eiseres zich aan toezicht zou onttrekken, mede omdat zij geen vliegticket had en eerder gemaakte vertrekbeloftes niet was nagekomen.
Ook het inreisverbod werd als terecht beoordeeld. Eiseres had geen omstandigheden aangevoerd om hiervan af te zien of de duur te verkorten. Haar wens om bij haar partner te zijn werd niet als argument ingebracht tijdens het gehoor en vormde geen reden om het inreisverbod te matigen. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod wordt ongegrond verklaard.