Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. M. Pater),
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende man, diende op 29 april 2024 een opvolgende aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel in. De minister verklaarde deze aanvraag op 29 mei 2024 niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser geen nieuwe elementen of bevindingen had aangevoerd sinds zijn eerdere aanvraag die op 20 mei 2023 was afgewezen vanwege een veroordeling voor poging tot doodslag.
De rechtbank behandelde het beroep op 17 juli 2024, waarbij eiser en zijn gemachtigde afwezig waren. De rechtbank oordeelde dat het besluit zorgvuldig tot stand was gekomen, onder meer omdat eiser geen medisch onderzoek nodig had, het gehoor via videoverbinding zonder problemen verliep en correcties na afloop van de termijn alsnog waren meegenomen.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen nieuwe elementen had aangevoerd die een andere beoordeling van zijn aanvraag rechtvaardigen. Verder was een ambtshalve beoordeling op humanitaire gronden niet aan de orde bij een opvolgende aanvraag. De signalering in het Schengen Informatie Systeem voor 10 jaar werd bevestigd vanwege het gevaar voor de openbare orde, gegrond op de veroordeling van eiser.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter I. Helmich op 23 juli 2024.
Uitkomst: De opvolgende asielaanvraag is terecht niet-ontvankelijk verklaard en de signalering voor 10 jaar wordt bevestigd.