ECLI:NL:RBDHA:2024:13201
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning
Verzoeker, een Syrische nationaliteit dragende persoon geboren in 1978, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Op 29 mei 2024 verklaarde de minister van Asiel en Migratie de aanvraag niet-ontvankelijk. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 17 juli 2024, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was. Op dezelfde dag deed de rechtbank uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.23221), waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
De voorzieningenrechter besloot daarom het verzoek om voorlopige voorziening af te wijzen en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter I. Helmich en griffier S.C. Hak op 23 juli 2024 in het openbaar, met uitsluiting van hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.