ECLI:NL:RBDHA:2024:13248
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling eigen bijdrage in artikel 12-Sv procedure na gegrond verklaard beklag
Eisers maakten bezwaar tegen het in mindering brengen van een eigen bijdrage van €156 op de aan eiser toegekende vergoeding in een artikel 12-Sv procedure. Deze procedure betrof een beklag tegen het niet vervolgen van een derde wegens diefstal. Het Gerechtshof Den Haag verklaarde het beklag gegrond en gelastte vervolging.
Verweerder had de eigen bijdrage opgelegd op grond van artikel 35 van Pro de Wet op de rechtsbijstand (Wrb). Eisers betoogden dat de eigen bijdrage op nihil gesteld moest worden, omdat het beklag gegrond was verklaard en het evenredigheidsbeginsel en motiveringsbeginsel zouden zijn geschonden. Verweerder verwees naar het wettelijk kader en beleid, waaruit volgt dat geen uitzondering geldt voor klagers die in het gelijk worden gesteld.
De rechtbank concludeerde dat de wet en het beleid geen grond bieden om de eigen bijdrage in deze situatie te laten vervallen. De uitzondering voor beklaagden die niet vervolgd worden is niet vergelijkbaar met de positie van klagers. Ook is het opleggen van een eigen bijdrage gerechtvaardigd met het oog op de financiële beheersbaarheid van het stelsel van rechtsbijstand. Er is geen sprake van strijd met het evenredigheids- of motiveringsbeginsel.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eisers kregen geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de eigen bijdrage van €156.