ECLI:NL:RBDHA:2024:13258
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, van Syrische nationaliteit, heeft op 19 november 2023 asiel aangevraagd in Nederland. Verweerder heeft besloten deze aanvraag niet inhoudelijk te behandelen omdat Duitsland verantwoordelijk is, aangezien eiser daar op 24 oktober 2023 al een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend.
Eiser voert aan dat hij niet de intentie had om in Duitsland asiel aan te vragen, dat Duitsland slechts een doorreisland was, en dat hij een sterkere band met Nederland heeft vanwege familie en zijn sociale omgeving. Ook stelt hij psychische en lichamelijke klachten te hebben die hem afhankelijk maken van familie. Verweerder heeft echter terecht geoordeeld dat Duitsland verantwoordelijk is op grond van Eurodac-gegevens en het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
De rechtbank oordeelt dat de stelling van eiser over zijn intentie niet doorslaggevend is en dat verweerder terecht uitgaat van de juistheid van de Duitse registratie. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat eiser afhankelijk is van zorg die alleen in Nederland kan worden verleend. De enkele aanwezigheid van familie in Nederland vormt geen bijzondere omstandigheid die overdracht aan Duitsland zou verhinderen.
Daarom is het beroep kennelijk ongegrond en wordt het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.