Eisers hebben op 16 maart 2023 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen beslist en heeft deze termijn met drie maanden verlengd. Eisers stelden de Staatssecretaris op 24 oktober 2023 in gebreke vanwege het uitblijven van een besluit en hebben vervolgens beroep ingesteld op 21 november 2023.
De rechtbank stelt vast dat de termijn voor besluitvorming is verstreken, dat de ingebrekestelling rechtsgeldig was en dat sindsdien meer dan twee weken zijn verstreken. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is daarom kennelijk gegrond. De rechtbank beveelt de Staatssecretaris om binnen acht weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen, rekening houdend met de zorgvuldigheid van de besluitvorming en de bekende achterstanden bij nareisaanvragen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat de beslissing wordt vertraagd, met een maximum van €7.500. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op €1.442. De Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van eisers, vastgesteld op €437,50.