ECLI:NL:RBDHA:2024:1330
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag ongegrond verklaard. De staatssecretaris had de aanvraag niet in behandeling genomen omdat Luxemburg verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening. Nederland had een verzoek tot terugname bij Luxemburg ingediend, dat was geaccepteerd.
Eiser stelde dat de opvangvoorzieningen in Luxemburg tekortschieten en dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro en het non-refoulementbeginsel. Ook voerde hij aan dat de staatssecretaris de aanvraag op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro aan zich had moeten trekken vanwege bijzondere persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat eiser deze stellingen onvoldoende had onderbouwd en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waardoor aangenomen mag worden dat Luxemburg zijn verdragsverplichtingen nakomt. Er was geen sprake van structurele tekortkomingen in het Luxemburgse asiel- en opvangsysteem. Ook was er geen motiveringsgebrek in de beslissing van de staatssecretaris om artikel 17 niet Pro toe te passen.
De rechtbank bevestigde daarmee dat het niet in behandeling nemen van de aanvraag terecht was en dat het beroep ongegrond is verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.