ECLI:NL:RBDHA:2024:1331
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige onterechte veroordeling in Turkije
Eiser, van Turkse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende onterecht veroordeeld te zijn voor diefstal in Turkije. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas, met name omdat eiser pas laat een andere veroordeling meldde en onvoldoende bewijs overlegde.
De rechtbank behandelde het beroep in december 2023 en januari 2024. Zij oordeelde dat de staatssecretaris terecht aannam dat de strafprocedure eerlijk was verlopen en dat de verklaring van eiser over een onterechte veroordeling niet geloofwaardig was. Tegenstrijdigheden in verklaringen en het ontbreken van concrete indicaties voor een oneerlijke strafprocedure speelden hierbij een rol.
Eiser voerde aan dat de Turkse rechterlijke macht na de couppoging in 2016 onervaren was en dat zijn veroordeling politiek gemotiveerd zou zijn, maar dit werd niet onderbouwd. Ook het late melden van een andere veroordeling en het ontbreken van bewijs dat hij niet op camerabeelden stond, ondermijnden zijn geloofwaardigheid.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij onterecht is veroordeeld en bevestigde de afwijzing van de asielaanvraag. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.