ECLI:NL:RBDHA:2024:1332
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak Dublin-verordening over verblijfsvergunning asiel
Verzoeker, een Algerijnse asielzoeker, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Luxemburg volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk was voor de behandeling.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter besloot echter dat nu de rechtbank gelijktijdig uitspraak had gedaan op het beroep, een voorlopige voorziening niet langer nodig was.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is onherroepelijk, hoger beroep of verzet is niet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank gelijktijdig uitspraak heeft gedaan op het beroep.