Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2024:13327

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 juli 2024
Publicatiedatum
21 augustus 2024
Zaaknummer
23/1179
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:51a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging termijn herstel gebreken in Wmo-besluit na weigering externe deskundige

In deze bestuursrechtelijke tussenuitspraak van 25 juli 2024 heeft de rechtbank Den Haag het college van burgemeester en wethouders van Den Haag in de gelegenheid gesteld om binnen twaalf weken na verzending van deze uitspraak de gebreken in het bestreden Wmo-besluit te herstellen. Dit volgt op een eerdere tussenuitspraak van 9 april 2024 waarin de rechtbank verweerder de gelegenheid gaf om de gebreken te herstellen binnen een termijn van twaalf weken.

Verweerder heeft bij brief van 18 juli 2024 verzocht om verlenging van deze termijn, omdat het medisch onderzoek dat noodzakelijk is voor het herstel van het besluit door een externe deskundige moet worden uitgevoerd. De eerste benaderde partij, Argonaut Advies BV, heeft de opdracht geweigerd, waarna een aanvraag loopt bij Salude Advies BV. De rechtbank acht dit een bijzonder geval dat verlenging rechtvaardigt, mede gelet op de tijdelijke indicatie van individuele begeleiding die reeds aan eiseres is toegekend.

De rechtbank benadrukt dat verweerder zich zal inspannen om binnen de verlengde termijn de gebreken te herstellen en houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak in deze zaak. Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open; hoger beroep kan gelijktijdig met de einduitspraak worden ingesteld.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de termijn voor het college van B&W om de gebreken in het Wmo-besluit te herstellen en houdt verdere beslissingen aan.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/1179

tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 juli 2024 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. M.J. Zennipman),
en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder

(gemachtigde: mr. E.H. Buizert).

Procesverloop

In de tussenuitspraak van 9 april 2024 (de tussenuitspraak) heeft de rechtbank verweerder in de gelegenheid gesteld om binnen twaalf weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen, de gebreken in het bestreden besluit te herstellen. Voor het verdere procesverloop verwijst de rechtbank naar die tussenuitspraak.
Bij brief van 18 juli 2024 heeft verweerder de rechtbank verzocht de in de tussenuitspraak gestelde termijn te verlengen.

Overwegingen

1. Verweerder heeft weliswaar zijn verzoek om verlenging van de termijn om de gebreken te herstellen gedaan na afloop van de oorspronkelijke termijn die de rechtbank hiervoor heeft gesteld in de tussenuitspraak, maar de rechtbank ziet uit een oogpunt van proceseconomie toch aanleiding hierop inhoudelijk in te gaan.
2. Slechts in bijzondere gevallen willigt de rechtbank zo’n verzoek om verlenging van de in de tussenuitspraak gestelde termijn in. Het verzoek om verlenging moet daarom zijn gemotiveerd. De rechtbank verwijst naar de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 8:51a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. [1]
3. In de tussenuitspraak van 9 april 2024 heeft de rechtbank onder meer overwogen dat verweerder opnieuw onderzoek zal moeten doen, waarbij een specifiek deskundig oordeel en advies niet zal kunnen ontbreken. De reden waarom verweerder de rechtbank verzoekt om verlenging van de termijn is dat verweerder het medisch onderzoek wil laten uitvoeren door een externe deskundige. Hiervoor heeft verweerder Argonaut Advies BV benaderd. Deze heeft de opdracht echter geweigerd. Thans loopt er een aanvraag bij een tweede instantie, Salude Advies BV.
4. De rechtbank acht dit een bijzonder geval dat verlenging van de termijn rechtvaardigt, omdat de oorspronkelijk bepaalde termijn te kort is gebleken en elke andere beslissing van de rechtbank naar alle waarschijnlijkheid tot een minder finale vorm van geschilbeslechting leidt. Verder neemt de rechtbank mede in overweging dat er door verweerder een tijdelijke indicatie van 10 uur individuele begeleiding per week aan eiseres is toegekend. Verweerder heeft aangegeven voornemens te zijn deze tijdelijke indicatie te verlengen zolang het onderzoek niet is uitgevoerd. De rechtbank gaat er evenwel van uit dat verweerder, gelet op de lange duur van de procedure, zich zal inspannen om binnen de (verlengde) termijn de gebreken te herstellen.
5. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep.

Beslissing

De rechtbank:
- stelt verweerder in de gelegenheid om binnen twaalf weken na verzending van deze tweede tussenuitspraak de gebreken te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in de eerste tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.B. Wijnholt, rechter, in aanwezigheid van mr. E.P.A. Stok, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 25 juli 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Voetnoten

1.Zie de uitspraken van de ABRvS van 29 april 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM4478 en 21 september 2022, ECLI:NL:RVS:2011:BT2162.