ECLI:NL:RBDHA:2024:13338

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 augustus 2024
Publicatiedatum
21 augustus 2024
Zaaknummer
AWB 24/1904
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens tegemoetkoming minister in mvv-aanvraag

Verzoekster diende op 7 oktober 2022 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. Na het uitblijven van een besluit startte zij een beroepsprocedure die op 26 september 2023 door de rechtbank werd gegrond verklaard, waarbij de minister werd opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen.

Op 9 februari 2024 diende verzoekster opnieuw een beroep in wegens het niet tijdig nemen van een besluit. De minister besloot op 19 juni 2024 de aanvraag alsnog toe te wijzen, waarna verzoekster het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.

De rechtbank verleende verzoekster vrijstelling van griffierecht en oordeelde dat de minister in de proceskosten moet worden veroordeeld, vastgesteld op €437,50 conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op basis van artikel 8:54 Awb Pro.

Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van €437,50 aan proceskosten aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: AWB 24/1904

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 augustus 2024 in de zaak tussen

[naam] , verzoekster

geboren op [geboortedatum] ,
van Syrische nationaliteit,
V-nummer: [nummer] ,
(gemachtigde: mr. M.A. Krikke),
mede namens haar minderjarige kinderen:

[naam] ,

geboren op [geboortedatum] ,
V-nummer: [nummer]

[naam] ,

geboren op [geboortedatum] ,
V-nummer: [nummer] ,

[naam] ,

geboren op [geboortedatum] ,
V-nummer: [nummer] ,

[naam] ,

geboren op [geboortedatum] ,
V-nummer: [nummer] ,
en
de minister van Asiel en Migratie,voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de minister.

Inleiding

Verzoekster heeft op 7 oktober 2022 een aanvraag ingediend om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinsleden bij [naam] (referent) in het kader van nareis.
Verzoekster heeft tegen het uitblijven van een besluit een beroepschrift ingediend. Bij uitspraak van 26 september 2023 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep van verzoekster gegrond verklaard (AWB 23/7793). De rechtbank heeft de minister opgedragen om binnen acht weken een besluit op de aanvraag bekend te maken.
Op 9 februari 2024 heeft verzoekster wederom een beroep ingediend tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag.
Bij besluit van 19 juni 2024 heeft de minister aanvraag van verzoekster ingewilligd.
Verzoekster heeft vervolgens het beroep ingetrokken en verzocht om een vergoeding van proceskosten.

Overwegingen

1. Verzoekster heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht. De rechtbank ziet aanleiding om dit verzoek toe te wijzen. Verzoekster hoeft dus geen griffierecht te betalen.
2. De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
3. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
4. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dat is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
5. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is de minister tegemoet gekomen aan het beroep van verzoekster.
6. De rechtbank veroordeelt de minister in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op
€ 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van
€ 875,- en een wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 437,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
F.Q. Peters, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is aan partijen verzonden op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.