Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende persoon, is op 14 mei 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder op 6 juni 2024 geoordeeld dat de maatregel tot 5 juni 2024 rechtmatig was. De beoordeling richt zich daarom op de periode na 5 juni 2024.
Na afwijzing van de asielaanvraag van eiser op 8 juni 2024, is de maatregel van bewaring voortgezet op basis van de c- en d-gronden van artikel 59b, eerste lid. Verweerder heeft een aanvraag voor een laissez-passer ingediend bij de Marokkaanse autoriteiten en meerdere vertrekgesprekken gevoerd. Eiser stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend handelde en dat er geen zicht was op uitzetting.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld gezien de tijdige afwijzing van de asielaanvraag, het indienen van de laissez-passer aanvraag, meerdere rappelleringen en vertrekgesprekken. Het ontbreken van zicht op uitzetting is op dit moment niet relevant omdat eiser rechtmatig verblijf heeft gedurende de asielprocedure. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.