ECLI:NL:RBDHA:2024:13349
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen aanwijzingsbesluit vergunningplicht bedrijfsruimte avondwinkel
Verzoeker, exploitant van een avondwinkel in een bedrijfsruimte aan een adres in Den Haag, verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening tegen het aanwijzingsbesluit van 23 januari 2024. Dit besluit stelt de bedrijfsruimte aan te merken als vergunningplichtig voor bedrijfsmatige activiteiten vanwege incidenten die de veiligheid en leefbaarheid negatief beïnvloeden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisend belang ontbreekt omdat verzoeker nog mag exploiteren zolang de vergunningaanvraag niet definitief is beoordeeld. Verzoeker heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het indienen van een vergunningaanvraag onoverkomelijke problemen oplevert of dat de uitkomst van die aanvraag vaststaat. Het aanwijzingsbesluit is niet evident onrechtmatig, zodat een voorlopige voorziening niet kan worden toegewezen.
De voorzieningenrechter benadrukte dat een beoordeling van de rechtmatigheid van het aanwijzingsbesluit niet geschikt is voor deze voorlopige procedure. Partijen werden geadviseerd om in overleg te treden over een vergunningaanvraag. Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom afgewezen, zonder proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het aanwijzingsbesluit wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en omdat het besluit niet evident onrechtmatig is.