ECLI:NL:RBDHA:2024:1336
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening ongegrond verklaard
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel ingediend in Nederland. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. Nederland had een verzoek tot terugname aan Frankrijk gedaan, dat door Frankrijk was aanvaard.
Eiser voerde aan dat, gezien het AIDA-rapport van mei 2023 over capaciteitsproblemen in Frankrijk, de staatssecretaris zich had moeten vergewissen van de opvang en de mogelijkheid om zijn asielaanvraag in Frankrijk te doen. De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij wordt aangenomen dat Frankrijk zijn verdragsverplichtingen nakomt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat het asiel- en opvangsysteem ernstige tekortkomingen vertoont.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet had aangetoond dat de tekortkomingen in Frankrijk structureel en ernstig genoeg zijn om een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 EU Pro-Handvest te rechtvaardigen. Problemen met opvang zijn niet voldoende om Nederland te verplichten de aanvraag zelf in behandeling te nemen. Eiser kan klachten over opvang in Frankrijk bij de Franse autoriteiten indienen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en handhaafde het het besluit van de staatssecretaris om de aanvraag niet in behandeling te nemen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.