ECLI:NL:RBDHA:2024:1337

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 februari 2024
Publicatiedatum
7 februari 2024
Zaaknummer
NL23.38573
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-procedure verblijfsvergunning asiel

Verzoeker, van Nigeriaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van de Dublin-verordening, omdat Frankrijk verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter overwoog dat op dezelfde dag al uitspraak was gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.38572), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak werd gedaan zonder zitting op basis van artikel 8:83 lid 3 Awb Pro. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, waarmee de beslissing definitief is.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
Zittingsplaats Groningen
zaaknummer: NL23.38573

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], eiser,

geboren op [geboortedatum]
van Nigeriaanse nationaliteit,
V-nummer: [v-nummer],
(gemachtigde: mr. S.R. Nohar),

Procesverloop

Bij besluit van 8 december 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Bij uitspraak van vandaag (zaaknummer NL23.38572), heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Boxum, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.