ECLI:NL:RBDHA:2024:1337
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-procedure verblijfsvergunning asiel
Verzoeker, van Nigeriaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van de Dublin-verordening, omdat Frankrijk verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat op dezelfde dag al uitspraak was gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.38572), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting op basis van artikel 8:83 lid 3 Awb Pro. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, waarmee de beslissing definitief is.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.