ECLI:NL:RBDHA:2024:13413
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublin Zweden
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Zweden verantwoordelijk is voor de behandeling volgens het Dublin-verdrag.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tevens is een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een verwante zaak op 25 juni 2024 behandeld.
Bij uitspraak van dezelfde dag in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.19767) heeft de rechtbank uitspraak gedaan, waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening verviel. De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.H. Lange en griffier M.A.W.M. Engels, en is uitgesproken in het openbaar op 11 juli 2024. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.