ECLI:NL:RBDHA:2024:13422
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens kennelijke ongegrondheid
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 4 juni 2024 als kennelijk ongegrond is afgewezen. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, locatie Middelburg.
Tegelijkertijd heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit te schorsen. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan.
Gezien de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.24170) waarin het beroep is behandeld, is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen als kennelijk ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep in de hoofdzaak reeds is behandeld en het verzoek kennelijk ongegrond is.