Eiser heeft op 28 december 2023 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 1 augustus 2022. Inmiddels heeft de minister op 7 augustus 2024 de asielaanvraag afgewezen. Hierdoor is het procesbelang van het beroep tegen het niet-tijdig beslissen komen te vervallen.
De gemachtigde van eiser heeft op 20 augustus 2024 meegedeeld dat een andere gemachtigde zal optreden in een beroepsprocedure tegen het afwijzingsbesluit en dat het beroep tegen het niet-tijdig beslissen niet mede betrekking heeft op dit besluit. De rechtbank verklaart daarom het beroep niet-ontvankelijk.
Omdat het beroep terecht was ingesteld vanwege het niet tijdig beslissen, veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €437,50. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en griffier W. van Loon op 22 augustus 2024.