ECLI:NL:RBDHA:2024:13466
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure Frankrijk
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tevens is een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om het besluit te schorsen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 18 juni 2024 behandeld.
De voorzieningenrechter oordeelt dat nu de hoofdzaak (zaaknummer NL24.23105) reeds is behandeld en daarover uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Mol, voorzieningenrechter, en bekendgemaakt op 21 juni 2024. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.