ECLI:NL:RBDHA:2024:13502
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing vervangende hechtenis na omzetting taakstraf
Eiseres is bij onherroepelijk vonnis veroordeeld tot een taakstraf van 70 uur, subsidiair 35 dagen hechtenis. De taakstraf werd niet uitgevoerd omdat eiseres tijdens het kennismakingsgesprek bij de kringloopwinkel werd weggestuurd. De Reclassering rapporteerde dit negatief aan het CJIB. Vervolgens werd de taakstraf door het Openbaar Ministerie omgezet in een vervangende hechtenis van 10 dagen.
Eiseres diende bezwaar in tegen deze omzetting en verzocht om schorsing van de vervangende hechtenis tot aan de behandeling van het bezwaar. Het CJIB wees dit verzoek af omdat het bezwaar niet evident gegrond was en er geen uitzonderlijke omstandigheden waren. De rechtbank bevestigt dit oordeel en overweegt dat de Staat verplicht is de strafrechtelijke beslissingen uit te voeren, tenzij er sprake is van onbillijkheid van zwaarwegende aard.
De rechtbank stelt vast dat eiseres de taakstraf niet heeft uitgevoerd en dat de negatieve afloop van het traject aan haar te wijten is. Haar klacht tegen een medewerker van de Reclassering is onvoldoende om de omzetting te verhinderen. Ook is de omzettingsbeslissing rechtsgeldig betekend. Het bezwaar heeft geen schorsende werking en er zijn geen zwaarwegende omstandigheden om de tenuitvoerlegging van de hechtenis op te schorten.
De vorderingen van eiseres worden daarom afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank benadrukt dat het op eiseres zelf ligt om een eerdere behandeling van het bezwaar te verzoeken indien zij meent dat de hechtenis de bezwaarprocedure belemmert.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de vervangende hechtenis wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.