ECLI:NL:RBDHA:2024:13506
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit in vreemdelingenrecht
Verzoeker heeft op 12 februari 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking 'familie en gezin'. Deze aanvraag is bij besluit van 13 mei 2024 afgewezen, waarbij ook een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar zijn opgelegd. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op het bezwaar is beslist.
De minister van Asiel en Migratie heeft aangegeven zich niet te verzetten tegen de toewijzing van de voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker de beschikking op bezwaar in Nederland mag afwachten en dat uitzetting naar Marokko tot de datum van bekendmaking van die beschikking is opgeschort.
Daarnaast veroordeelt de voorzieningenrechter de minister tot betaling van proceskosten van € 875,- aan de gemachtigde van verzoeker. Het besluit is zonder zitting genomen en uitgesproken op 26 augustus 2024.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting naar Marokko wordt geschorst tot de beslissing op bezwaar.