ECLI:NL:RBDHA:2024:13511

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 augustus 2024
Publicatiedatum
23 augustus 2024
Zaaknummer
NL24.14361, NL24.14364
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 62a Vreemdelingenwet 2000Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling beroep tegen terugkeerbesluit en verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenrecht

De rechtbank Den Haag heeft uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser, een Venezolaanse vreemdeling, beroep instelde tegen een terugkeerbesluit van 28 maart 2024. Dit besluit verplichtte eiser tot vertrek uit Nederland binnen vier weken vanwege het overschrijden van de verblijfsduur van zijn Schengenvisum. Eiser voerde aan dat hij aan het terugkeerbesluit had voldaan door zelfstandig terug te keren naar Venezuela.

De rechtbank stelde vast dat eiser de vrije termijn van zijn Schengenvisum ruimschoots had overschreden en dat hij binnen de gestelde vertrektermijn daadwerkelijk was vertrokken. Hierdoor was het terugkeerbesluit uitgewerkt. De rechtbank onderzocht vervolgens of eiser nog procesbelang had bij de behandeling van het beroep, gelet op de mogelijkheid dat het terugkeerbesluit in de toekomst als grondslag voor een inreisverbod zou kunnen dienen.

De rechtbank vond geen aanleiding om het terugkeerbesluit onrechtmatig te achten, mede omdat eiser geen andere beroepsgronden had aangevoerd en zijn stelling over een lopende verblijfsvergunningsaanvraag in Portugal niet met stukken had onderbouwd. Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen connexiteit meer bestond na de uitspraak in het beroep. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.14361 (beroep) en NL24.14364 (voorlopige voorziening).

uitspraak van de enkelvoudige kamer/voorzieningenrechter in de zaken tussen

[eiser] , eiser en verzoeker (hierna: eiser)

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. L. Leenders),
en
de minister van Asiel en Migratie,voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak oordeelt de rechtbank over het beroep van eiser tegen het aan hem opgelegde terugkeerbesluit (hierna: het bestreden besluit). Ook wordt uitspraak gedaan op het verzoek om een voorlopige voorziening dat eiser heeft ingediend.
1.1
Met het bestreden besluit van 28 maart 2024 heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd, gericht op vertrek naar Venezuela en met een vertrektermijn van vier weken.
1.2
Eiser heeft tegen dit bestreden besluit beroep (NL24.14361) ingesteld bij de rechtbank. Ook heeft eiser de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening (NL24.14364) te treffen.

Beoordeling door de rechtbank

Geen zitting
2. De rechtbank houdt in dit beroep geen zitting, omdat dat op grond van de wet [1] in deze zaak niet nodig is.
Waar gaat deze zaak over?
3. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1996 en heeft de Venezolaanse nationaliteit. Verweerder heeft aan eiser een terugkeerbesluit [2] opgelegd, omdat eiser geen rechtmatig verblijf heeft sinds hij de vrije termijn van zijn Schengenvisum heeft overschreden. Vast staat namelijk dat eiser op 27 juni 2022 de Europese Unie is ingereisd met een Schengenvisum, geldig voor 90 dagen, en dat eiser ten tijde van het gehoor en het opleggen van het terugkeerbesluit op 28 maart 2024 nog steeds hier verbleef.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Eiser voert in beroep aan dat hij gehoor heeft gegeven aan het bestreden besluit en zelfstandig is vertrokken naar zijn land van herkomst, Venezuela.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. Vast staat dat eiser de vrije termijn na afloop van zijn Schengenvisum (ruimschoots) heeft overschreden en dat eiser binnen de aan hem gestelde vertrektermijn van vier weken de Europese Unie heeft verlaten. Door te voldoen aan de vertrekplicht is het terugkeerbesluit van 28 maart 2024 uitgewerkt. De rechtbank beoordeelt eerst of eiser nog procesbelang heeft bij de behandeling van zijn beroep.
6. Uit vaste rechtspraak [3] van de hoogste bestuursrechter volgt dat het procesbelang bij een uitspraak op een beroep tegen een terugkeerbesluit gelegen kan zijn in de mogelijkheid dat het terugkeerbesluit in de toekomst ook ten grondslag zal worden gelegd aan een inreisverbod. Om deze reden heeft eiser belang bij een oordeel van de rechtbank over de rechtmatigheid van het terugkeerbesluit.
7. In de zelfstandige terugkeer van eiser naar zijn land van herkomst vindt de rechtbank geen aanleiding om aan te nemen dat het terugkeerbesluit niet juist is en daarom onterecht is opgelegd. Eiser heeft geen andere beroepsgronden aangevoerd. Voor zover eiser in het gehoor bij de vreemdelingenpolitie en in de gronden bij het verzoek om een voorlopige voorziening heeft aangevoerd dat hij in afwachting is van een beslissing over een verblijfsvergunning in Portugal, is dit niet met stukken onderbouwd.

Conclusie en gevolgen

8. De beroepsgronden slagen niet. De rechtbank twijfelt daar niet over. Het beroep is kennelijk ongegrond en het opgelegde terugkeerbesluit blijft in stand.
9. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt buiten zitting afgedaan en niet-ontvankelijk verklaard, nu er uitspraak is gedaan in het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit [4] .
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. M.J.J. Roks, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en de uitspraak is verzonden op:
Informatie over verzet
Als u het niet eens bent met de uitspraak op het beroep, kunt u een brief sturen naar de
rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U
moet dit verzetschrift bij deze rechtbank indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet de datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw
verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.
.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 8:54, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Op grond van artikel 62a, eerste lid van de Vreemdelingenwet 2000.
3.Zie o.a. de recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 21 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1178.
4.Op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83, derde lid, van de Awb.