ECLI:NL:RBDHA:2024:13511
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen terugkeerbesluit en verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenrecht
De rechtbank Den Haag heeft uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser, een Venezolaanse vreemdeling, beroep instelde tegen een terugkeerbesluit van 28 maart 2024. Dit besluit verplichtte eiser tot vertrek uit Nederland binnen vier weken vanwege het overschrijden van de verblijfsduur van zijn Schengenvisum. Eiser voerde aan dat hij aan het terugkeerbesluit had voldaan door zelfstandig terug te keren naar Venezuela.
De rechtbank stelde vast dat eiser de vrije termijn van zijn Schengenvisum ruimschoots had overschreden en dat hij binnen de gestelde vertrektermijn daadwerkelijk was vertrokken. Hierdoor was het terugkeerbesluit uitgewerkt. De rechtbank onderzocht vervolgens of eiser nog procesbelang had bij de behandeling van het beroep, gelet op de mogelijkheid dat het terugkeerbesluit in de toekomst als grondslag voor een inreisverbod zou kunnen dienen.
De rechtbank vond geen aanleiding om het terugkeerbesluit onrechtmatig te achten, mede omdat eiser geen andere beroepsgronden had aangevoerd en zijn stelling over een lopende verblijfsvergunningsaanvraag in Portugal niet met stukken had onderbouwd. Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen connexiteit meer bestond na de uitspraak in het beroep. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard.