ECLI:NL:RBDHA:2024:13515
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens prematuur beroep
Eiser diende op 12 september 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister moest volgens de Vreemdelingenwet 2000 binnen zes maanden beslissen, met een mogelijke verlenging van negen maanden vanwege een grote instroom van aanvragen. De minister verlengde de beslistermijn rechtsgeldig tot 12 december 2024.
Eiser stelde de minister op 15 maart 2024 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 22 april 2024 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelde dat de ingebrekestelling prematuur was, omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken. Hierdoor voldeed het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12 Awb Pro.
De rechtbank behandelde de zaak zonder zitting, omdat partijen geen zitting wensten. Het beroep werd daarom kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak is gepubliceerd en partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur indienen.