ECLI:NL:RBDHA:2024:13537
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid Polen
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen op grond van de Dublin-verordening, waarbij Polen verantwoordelijk wordt gehouden voor de behandeling van de aanvraag.
Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 2 juli 2024 behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde aanwezig waren, evenals de gemachtigde van de minister.
De voorzieningenrechter overweegt dat aangezien de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.24980), een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek afgewezen zonder dat er proceskosten worden toegewezen.
De uitspraak is gedaan op 11 juli 2024 en is in het openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.