Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], V-nummer: [nummer], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 7 februari 2024 het beroep van eiser tegen het terugkeerbesluit en het opleggen van een inreisverbod van tien jaar ongegrond verklaard. Eiser was veroordeeld tot een gevangenisstraf van 76 maanden wegens cocaïnehandel en deelname aan een criminele organisatie. De staatssecretaris legde het terugkeerbesluit en inreisverbod op omdat eiser geen verblijfsrecht heeft en een actuele, ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde.
Eiser voerde aan dat het vonnis niet onherroepelijk is, dat het besluit ondeugdelijk gemotiveerd is, en dat zijn persoonlijke gedragingen na de feiten onvoldoende zijn meegewogen. Daarnaast stelde hij dat het inreisverbod onterecht is vanwege humanitaire omstandigheden en dat zijn verdedigingsrechten zijn geschaad. De rechtbank verwierp deze gronden, stellende dat het vonnis niet onherroepelijk hoeft te zijn, de staatssecretaris de ernst van het misdrijf en de actuele dreiging voldoende heeft gemotiveerd, en dat eiser onvoldoende onderbouwing gaf voor zijn gedragsverbetering en humanitaire omstandigheden.
De rechtbank concludeerde dat het belang van de Nederlandse overheid zwaarder weegt dan de belangen van eiser en dat het besluit niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.