ECLI:NL:RBDHA:2024:1355

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 februari 2024
Publicatiedatum
7 februari 2024
Zaaknummer
NL23.37156 NL23.37158
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-inhoudelijke behandeling asielaanvragen wegens Dublin-verantwoordelijkheid Zweden

Verzoekers hebben asielaanvragen ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling zijn genomen op grond van de verantwoordelijkheid van Zweden volgens het Dublin-verdrag. Zij hebben beroep ingesteld tegen deze besluiten en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.

De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep in een gerelateerde zaak, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom zijn de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter en is onherroepelijk omdat hoger beroep of verzet niet openstaat.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.37156 en NL23.37158
V-nummers: [nummer 1], [nummer 2], [nummer 3] en [nummer 4]

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[naam verzoeker 1], verzoeker 1,

[naam verzoekster], verzoekster,
mede namens hun minderjarige (pleeg)kinderen
[naam verzoeker 2], verzoeker 2,
[naam verzoeker 3], verzoeker 3,
hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers,
(gemachtigde: mr. N. Vollebergh),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluiten van 22 november 2023 en 22 december 2023 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers niet in behandeling genomen, omdat Zweden verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [1]
Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb [2] uitspraak buiten zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL23.37155 en NL23.37157, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Algemene wet bestuursrecht.