ECLI:NL:RBDHA:2024:13574
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak over Dublinverantwoordelijkheid Kroatië
Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd tegen besluiten van de minister van Asiel en Migratie waarin hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling zijn genomen. De minister baseerde dit op de verantwoordelijkheid van Kroatië volgens het Dublinverdrag.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met twee andere zaken op 2 juli 2024. Verzoekers waren aanwezig met een gemachtigde en tolk, de minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op de beroepen tegen de bestreden besluiten, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer nodig en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is in het openbaar gedaan en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de niet-inhoudelijke afwijzing van de asielaanvragen is afgewezen.